Citaat | Hoge Raad 2 november 1979

Alinea 71 Hoge Raad 2 november 1979

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7450.

Om dezelfde reden kan evenmin in haar algemeenheid worden aanvaard de in onderdeel 2 van het middel vervatte stelling, dat het Hof onder de omstandigheden in dat onderdeel genoemd niet tot het oordeel had mogen komen dat de goede trouw [verweerster] niet belette nakoming van artikel 6 te vorderen. De door het Hof genoemde omstandigheid dat voor de ‘’beslechting’’ van de financiële moeilijkheden van [verweerster] het beding van artikel 6 niet nodig was, staat daaraan niet in de weg, nu de juniores, naar 's Hofs kennelijk oordeel, redelijkerwijze dit derdenbeding ten behoeve van [verweerster] tot een der voorwaarden voor hun medewerking aan voornoemd, mede ten behoeve van de seniores strekkende saneringsplan hebben kunnen maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f9fea564bdc641778b5482e79f574fa88d6b2013305c50e9c821963383b5f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f9fea564bdc641778b5482e79f574fa88d6b2013305c50e9c821963383b5f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 25527 tot 26285.