Citaat | Hoge Raad 12 januari 1979

Alinea 23 Hoge Raad 12 januari 1979

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC2294.

dat het Hof op grond van het vorenstaande voorshands van oordeel is dat [verweerster] als werkgeefster aan [eiser] als werknemer juist met het oog op de door hem te verrichten werkzaamheden en in het belang van een goede uitoefening daarvan, de litigieuze woonruimte ter beschikking heeft gesteld waarna [eiser] deze woonruimte - als uit hoofde van zijn dienstbetrekking daartoe verplicht - heeft betrokken; dat te dezen dan ook sprake is van een dienstwoning in eigenlijke zin, hetgeen niet anders is indien de vrije beschikking over deze woonruimte gold als een gedeeltelijke tegenprestatie voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden; dat dit medebrengt dat bij het einde van de dienstbetrekking ook het recht van [eiser] op de litigieuze woonruimte kwam te vervallen;”;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07a255eeb609cf99f050fd68cf0c4b3f4fa867508ca7bb36bb025c5b3d4fbca3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07a255eeb609cf99f050fd68cf0c4b3f4fa867508ca7bb36bb025c5b3d4fbca3, en de alinea staat in dat document op bytes 10489 tot 11278.