Citaat | Hoge Raad 19 januari 1979

Alinea 41 Hoge Raad 19 januari 1979

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC6461.

Van de zijde van gedaagde bestaat dan ook de onzorgvuldigheid, die in het maatschappelijk verkeer tegenover eisers betaamde hierin, dat zij zonder de toestemming van eisers tot publicatie zijn overgegaan, omdat zij konden beseffen, dat eisers aan die toestemming een financiële tegemoetkoming zouden verbinden. Immers tussen partijen staat vast, dat eisers - en zeker eisers 1 t/m 3 - een zodanige populariteit bezitten, dat zij voor het geven van toestemming tot publicatie van hun foto's geld kunnen ontvangen. Dat eisers sub 1 t/m 3 meer bekend en populair zijn dan de overige eisers doet er echter in het onderhavige geval niet zoveel toe, aangezien het hier in belangrijke mate gaat niet alleen om de populariteit van de diverse acteurs afzonderlijk, maar om die van de televisieserie als zodanig, waarin alle eisers hun aandeel hebben gehad. Het is daarom terecht, dat eisers gezamenlijk hun vordering hebben ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5032858d3d1f8e983f1531245e03ee66fa0728e876419cbc669c3794d5c9e5e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5032858d3d1f8e983f1531245e03ee66fa0728e876419cbc669c3794d5c9e5e8, en de alinea staat in dat document op bytes 12581 tot 13520.