Citaat | Hoge Raad 12 december 1979
Alinea 26 Hoge Raad 12 december 1979
Een alinea uit Hoge Raad 12 december 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX0249.
dat thans nog dient te worden onderzocht of hier sprake is van een navordering rechtvaardigend feit; dat blijkens artikel 16, eerste lid, van de Wet de hoofdregel is, dat ingeval een aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld de te weinig geheven belasting kan worden nagevorderd; dat hierop blijkens de laatste volzin van artikel 16, eerste lid, van de Wet slechts deze uitzondering bestaat, dat een feit dat de Inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn geen grond tot navordering kan opleveren; dat deze uitzondering bedoeld is voor die gevallen, waarin een aanslag - eventueel, zoals in casu, na vermindering - bij de belastingplichtige de indruk kan wekken te berusten, wat de vennootschapsbelasting betreft, op een - zij het mogelijk onjuiste - berekening van het belastbare bedrag of van een van de overige elementen voor de vaststelling van de aanslag door de Inspecteur;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e25dfc21d6b6c3d249b2e508f599f04d08b8c168d4123dfd0a24af4eff6299d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e25dfc21d6b6c3d249b2e508f599f04d08b8c168d4123dfd0a24af4eff6299d, en de alinea staat in dat document op bytes 15206 tot 16121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e25dfc21d6b6c3d249b2e508f599f04d08b8c168d4123dfd0a24af4eff6299d | shasum -a 256