Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 138 Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte voor de inkomstenbelasting over 1969 - afgezien van het gewone dividend - geen opbrengst van oprichtersaandelen aangegeven, welke aangifte door de Inspecteur is gevolgd. De certificaten, die in de aangifte voor de vermogensbelasting 1969 voor 5400% waren aangegeven, werden in de aangifte voor de vermogensbelasting 1970 voor 850% vermeld. Desgevraagd heeft [K] , werkzaam bij de Nederlandse Accountantsmaatschap, door wiens bemiddeling belanghebbendes aangifte inkomstenbelasting 1969/vermogensbelasting 1970 was ingediend, tijdens een telefonisch onderhoud op 30 augustus 1971 aan de aanslagregelend inspecteur bedoeld verschil in waardering van de certificaten toegelicht. Tijdens dat telefoongesprek is ter sprake geweest, dat in 1969 een afkoop of verkoop van winstrechten had plaatsgevonden en dat ter zake met Inspecteur [P1] overleg was gepleegd. Op 7 september 1971 heeft [K] te dezen de volgende schriftelijke uiteenzetting gegeven:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 32903 tot 33896.