Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 161 Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.
Een eerste argument, dat partijen, althans de N.V. als schuldenaar uit de overeenkomst van 1 mei 1969, geen wezenlijke onzekere factor hebben bedoeld te scheppen, blijkt uit het feit, dat volgens mededeling van de gemachtigde (brief van 13 januari 1969) door de enorme groei van het concern met navenante winstontwikkeling een wanverhouding is ontstaan tussen de dividenden op de gewone en die op de oprichtersaandelen, bezien in het licht van de kapitaalsverhoudingen. Gelet op de netto-winsten over de jaren 1965 tot en met 1968 (afgerond respectievelijk f 7.200.000, --; f 10.400.000, --; f 13.100.000, -- en f 15.400.000, -- ) en in aanmerking genomen de winstontwikkeling voordien, kon objectief gezien niet gezegd worden, dat enige kans bestond dat bij een winsttrend in negatieve zin de reeks van sterk afnemende uitkeringen op enig tijdstip in de toekomst het plafond van 10% van de nettowinst te boven zou gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 39481 tot 40414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810 | shasum -a 256