Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 172 Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.

Aan het voor navordering vereiste nieuwe feit is voldaan. Een en ander kan worden toegelicht aan de hand van de bij het vertoogschrift overgelegde afschriften van brieven en notities. Uit deze brieven en notities blijkt, dat de Inspecteur geen kennis droeg of heeft kunnen dragen van feiten die hem zouden nopen van de aangifte af te wijken. Tijdens het telefoongesprek op 30 augustus 1971 moet het [K] duidelijk zijn geworden, dat de Inspecteur niets wist van de briefwisseling met Inspecteur [P1] . Hij zegde toe nadere schriftelijke inlichtingen te verstrekken. In zijn brief van 7 september 1971 vermeldt [K] dat de certificaten van oprichtersaandelen per 1 januari 1969 al zouden bestaan uit certificaten A en B, terwijl hij voorts bericht van een verkoop van de certificaten B aan de Amro-Bank. Deze mededeling is deels onjuist, omdat op 1 januari 1969 geen certificaten B bestonden en deels onvolledig omdat hij in aansluiting op eerdere telefonische mededelingen dat de certificaten B de statutaire winstrechten vertegenwoordigden de karakterwijziging zoals deze blijkt uit de overeenkomst van april 1969 verzweeg. Ook tijdens een telefoongesprek op 14 september 1971 werd het bij de aanslagregelaar opgewekte vertrouwen dat de certificaten B niets meer vertegenwoordigden dan de statutaire winstrechten door hem niet weggenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 46950 tot 48300.