Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 263 Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.
dat het Hof op grond van het vorenstaande van oordeel is, dat de certificaathouders van oprichtersaandelen bij de overeenkomst van 1 mei 1969 in het kader van de beëindiging van de aan die aandelen verbonden bijzondere statutaire winstrechten over de jaren 1969 en volgende een afkoopsom hebben verkregen, niet in de vorm van een winstrecht, doch in de vorm van een recht op een in periodieke bedragen af te lossen vordering; dat de Inspecteur de waarde van de vordering voor wat betreft belanghebbendes aandeel daarin heeft gesteld op het bedrag dat belanghebbende te dezer zake van de Amro-Bank heeft verkregen; dat belanghebbende zich daartegen niet heeft verzet en het Hof geen aanleiding aanwezig acht die benadering onjuist te achten; dat partijen ervan zijn uitgegaan, dat het voor de uitkering over 1968 verkregen bedrag, afgezien van de daaraan toe te rekenen kosten, op f 144.990, -- kan worden gesteld; dat derhalve de afkoopsom bedraagt f 643.326, -- - (f 144.990, -- - 144.990/648.600 x f 5.273,29), dit is f 499.514, --;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 65200 tot 66248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810 | shasum -a 256