Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 269 Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.

dat de vervreemding van een kortlopend recht van vruchtgenot als waarvan hier sprake is naar 's Hofs oordeel een zich in de inkomenssfeer afspelende vorm van rendabel maken van vermogen vormt, die op één lijn staat met de vervreemding van de (losse) uitkeringsbewijzen ter zake van bedoelde uitkeringen; dat het vorenstaande inhoudt, dat belanghebbende - in het hier veronderstelde geval dat het primaire standpunt van de Inspecteur onjuist zou zijn - ter zake van de verkoop van de certificaten B een schadeloosstelling ter vervanging van de over de jaren 1968 tot en met 1976 te derven uitkeringen heeft genoten, welke schadeloosstelling - een bedrag van f 643.326, -- uitmakende - geheel belast is naar het in artikel 57, tweede lid, van de Wet bedoelde bijzondere tarief;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 68512 tot 69303.