Citaat | Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 296 Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2764.

dat het Hof voor het geval dat het primaire standpunt van de Inspecteur onjuist zou zijn - dat wil zeggen: voor het geval de overeenkomst van 1 mei 1969 niet de aard van de aan de oprichtersaandelen verbonden bijzondere statutaire winstrechten heeft gewijzigd, maar slechts de omvang van die rechten heeft beperkt - heeft geoordeeld, dat de verkoop van de certificaten B niet kan worden aangemerkt als de verkoop van een zelfstandige bron van inkomsten doch - zo begrijpt de Hoge Raad 's Hofs desbetreffende, niet geheel duidelijke overwegingen in onderling verband - als vervreemding van een kortlopend persoonlijk recht van vruchtgenot op de oprichtersaandelen, hoedanige vervreemding, naar 's Hofs oordeel, een zich in de inkomenssfeer afspelende vorm van rendabel maken van vermogen vormt;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a722e52e94304551af6b61157cbb024c28f665bd7e5d4779e7c2d32626505810, en de alinea staat in dat document op bytes 79570 tot 80377.