Citaat | Hoge Raad 7 februari 1979
Alinea 14 Hoge Raad 7 februari 1979
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2911.
Bij het regelen van de aanslag in de inkomstenbelasting over 1972 heeft de Inspecteur het verschil tussen de beurswaarde van de volledige obligaties (103%) en voor de mantels betaalde prijs (83%), derhalve 20% van f 1.200.000,-- dit is f 240.000,-- als opbrengst van vermogen in de heffing van de inkomstenbelasting betrokken. Hij acht dit - zijn primaire - standpunt ook thans nog juist. Subsidiair en meer subsidiair heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld, dat een bedrag van 2/37 onderscheidenlijk 1/37 van f 240.000,--, dit is (afgerond) f 12.973,-- onderscheidenlijk f 6.486,-- tot belanghebbendes inkomen moet worden gerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428, en de alinea staat in dat document op bytes 7610 tot 8266.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428 | shasum -a 256