Citaat | Hoge Raad 7 februari 1979

Alinea 25 Hoge Raad 7 februari 1979

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2911.

Voor de heffing van de inkomstenbelasting mag geen verschil worden gemaakt tussen de koop van de mantels of bloot eigendom van de obligaties en de koop van de volle eigendom van de obligaties gevolgd door de verkoop van de coupons of het tijdelijk vruchtgebruik van die stukken. Deze ‘’ ‘’verkoop van het recht van vruchtgebruik'' '' voor een korte periode is niet een in de onbelaste vermogenssfeer liggende uitholling van het eigendomsrecht, doch is aan te merken als een bijzondere vorm van rendabel maken van vermogen, zulks mede gelet op de wijze waarop belanghebbende geld leent om dit te doen beleggen in gekunsteld gecreëerde vermogenswaarden zoals mantels van obligaties ten einde daarmede een zeker (dat wil zeggen: niet-speculatief) voordeel te behalen. Gemeend wordt, dat hier niet sprake is van inkomsten in de zin van artikel 22, eerste lid, letter b, van de Wet, doch van vermogensinkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428, en de alinea staat in dat document op bytes 13656 tot 14584.