Citaat | Hoge Raad 7 februari 1979

Alinea 42 Hoge Raad 7 februari 1979

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2911.

De Staatssecretaris is van oordeel, dat het kopen van de mantels van obligaties als in het onderhavige geval in economische zin niet verschilt van het kopen van de volle eigendom der obligaties onder gelijktijdige verkoop van een tijdelijk recht van vruchtgebruik, en in fiscale zin daarmede dient te worden gelijkgesteld. Zulks geldt te meer waar het hier betreft een voor korte tijd (3 jaren) afstaan van de uit de obligaties te trekken vruchten: de verwerving van de volle eigendom der obligaties ligt dan in een zo nabij verschiet, dat voorwerp van de overeenkomst naar maatschappelijke opvatting is de volle eigendom der obligaties, gekocht tegen beurswaarde onder toekenning van een korting wegens tijdelijk gemis der vruchten. Het in deze korting gelegen van het vruchtgebruik, vormt de tegenwaarde voor het door de verkoper voorbehouden vruchtgebruik: dit voordeel dient gerekend te worden tot de door erflater uit de obligaties genoten inkomsten. Doel en strekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 zouden worden miskend, indien de onderhavige bijzondere wijze van het rendabel maken van vermogen niet tot belastbare vermogensopbrengsten zou leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8352deeac26b0d749ab48c31ac97ae5c4cbcf63fe3eeb21192caff041e52428, en de alinea staat in dat document op bytes 21404 tot 22582.