Citaat | Hoge Raad 15 januari 1980

Alinea 24 Hoge Raad 15 januari 1980

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC3948.

"Een paar dagen voordien, op 18 juli 1978, ben ik betrokken geweest bij een poging tot inbraak bij een juwelierswinkel aan de [a-straat] te Delft , gepleegd door [medeverdachte] . Wij hadden van te voren afgesproken dat [medeverdachte] de etalageruit zou vernielen en de juwelen uit de étalage zou wegnemen, terwijl ik op de uitkijk zou staan om hem bij onraad te waarschuwen. In de vroege ochtend van 18 juli 1978 zijn [medeverdachte] en ik naar de juwelierswinkel toegegaan. [medeverdachte] heeft met behulp van een schop tegen de étalageruit geslagen, terwijl ik ongeveer 2 meter achter hem op de uitkijk stond. Omdat het tegen de ruit slaan zoveel lawaai maakte en er een alarmschel overging zijn wij, zonder iets weg te nemen, weggelopen. In beide gevallen behoorden de juwelen in de etalages van de juwelierswinkels ons niet toe en wij hadden van niemand recht of toestemming gekregen die juwelen weg te nemen en ons toe te eigenen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b47cfdbf40943cc89d7d1ef797a04b832dbe0f1498c947c293ea7c6113a7b412. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b47cfdbf40943cc89d7d1ef797a04b832dbe0f1498c947c293ea7c6113a7b412, en de alinea staat in dat document op bytes 11897 tot 12851.