Citaat | Hoge Raad 15 januari 1980
Alinea 28 Hoge Raad 15 januari 1980
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC3948.
"Ik ben een zoon van één van de eigenaren van de juwelierszaak, gevestigd aan de [a-straat 1] te Delft . De zaak wordt door mijn moeder en broer gedreven. Ik ben namens hen bevoegd tot het doen van aangifte. Ik werd vanochtend, dinsdag 18 juli 1978 omstreeks 04.00 uur wakker doordat het alarm van de winkel overging. Ik ben direct uit bed gestapt en ik heb mij toen naar beneden begeven en zag dat een ruit, voor de zaak staande links van de toegangsdeur, kapot was. Ik vermoed dat men in de juwelierszaak heeft willen inbreken. Niemand heeft recht en aan niemand is toestemming gegeven om te trachten door vernieling van de ruiten iets uit de etalage weg te nemen en toe te eigenen".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b47cfdbf40943cc89d7d1ef797a04b832dbe0f1498c947c293ea7c6113a7b412. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b47cfdbf40943cc89d7d1ef797a04b832dbe0f1498c947c293ea7c6113a7b412, en de alinea staat in dat document op bytes 14226 tot 14926.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b47cfdbf40943cc89d7d1ef797a04b832dbe0f1498c947c293ea7c6113a7b412 | shasum -a 256