Citaat | Hoge Raad 23 mei 1980
Alinea 23 Hoge Raad 23 mei 1980
Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6896.
De in voorlopig getuigenverhoor gehoorde boekhouder van de B.V., [betrokkene 3] , verklaarde dat in 1968 door de ABN aan [eiseres 2] N.V. werd overgemaakt driemaal f 37.000, -- , van welk bedrag voor driemaal circa f 17.000, -- effecten werden gekocht (hetgeen bevestiging vindt in de brief van ABN aan [betrokkene 2] van 27 augustus 1969 (productie X bij conclusie van repliek) ) , terwijl het restant ad driemaal f 20.000, -- . werd geboekt als een schuld aan ieder van de drie kinderen [familienaam] , waarop aan het einde van ieder boekjaar rente werd bijgeschreven volgens een door een externe accountant van de N.V. vastgesteld percentage, tengevolge waarvan de saldi ten gunste van de kinderen in juni 1974 waren opgelopen tot f 26.000, -- à f 28.000, -- per persoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0, en de alinea staat in dat document op bytes 10590 tot 11378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0 | shasum -a 256