Citaat | Hoge Raad 23 mei 1980

Alinea 61 Hoge Raad 23 mei 1980

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6896.

(5) In ieder geval is onduidelijk en onbegrijpelijk hoe het Hof heeft kunnen oordelen, dat uit het beheer door [betrokkene 1] van de afgezonderde gelden zou kunnen volgen dat [eiser 1] de schenkingen voor de kinderen heeft aanvaard. Voor aanvaarding van een schenking is een (rechts) handeling althans gedraging vereist die naar aard, doel, zin en strekking met zich brengt, dat door of namens de begiftigde het geschonken goed wordt aangenomen. Van een zodanige handeling of gedraging kan geen sprake zijn indien op desbetreffend verzoek van degene, die gelden heeft afgezonderd in voege als in casu is geschied, deze gelden door een ander worden beheerd al is deze ander de moeder van degenen ten name van wie de afgezonderde gelden worden geadministreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0, en de alinea staat in dat document op bytes 27348 tot 28119.