Citaat | Hoge Raad 23 mei 1980

Alinea 75 Hoge Raad 23 mei 1980

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6896.

Het Hof heeft blijkbaar in de toezending van de ten name van [verweerder 1] en [verweerster 2] gestelde cheques aan, en de ontvangst daarvan door [betrokkene 1] de "overlevering", in de zin van artikel 1724 van het Burgerlijk Wetboek, van de gelden aan [verweerder 1] en [verweerster 2] gezien omdat hun vader die gelden voor hen ontving door [betrokkene 1] als zijn vertegenwoordigster. De creditering van [betrokkene 1] voor de opbrengst van de cheques met voormelde aanduiding, de ten name van [verweerder 1] en [verweerster 2] gedane aankoop van de aandelen- Robeco en het opnemen van een schuld aan [verweerder 1] en [verweerster 2] in de boeken van de B.V. heeft het Hof kennelijk gezien als een bevestiging van de juistheid van zijn opvatting dat de uit Zwitserland overgemaakte gelden bestemd waren voor de kinderen Wolf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a16d673d2e7a0935c1269b7272cc83b4b2ec491cd268fbb080eaecb23d72a9d0, en de alinea staat in dat document op bytes 33259 tot 34101.