Citaat | Hoge Raad 9 juni 1981

Alinea 79 Hoge Raad 9 juni 1981

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC0902.

dat op grond van een en ander verdachte geacht moet worden een zodanig inzicht te hebben gehad in de gevaren van cocaïne voor en de uitwerking ervan op zijn geestvermogens dat geoordeeld moet worden dat de — ten tijde van het plegen van het bewezene — opgetreden ziekelijke storing zijner geestvermogens aan de verdachte te verwijten is, zodat de in die toestand bedreven handelingen aan hem moeten worden toegerekend".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d, en de alinea staat in dat document op bytes 23121 tot 23558.