Citaat | Hoge Raad 9 juni 1981
Alinea 83 Hoge Raad 9 juni 1981
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC0902.
Tevergeefs beroept het middel zich voorts nog op de daarin aangehaalde gedeelten van de verklaring van de getuige-deskundige Dr. A. Meijer en het door deze uitgebrachte psychiatrisch rapport. Immers het Hof heeft, door te overwegen zoals hiervoren onder 4.3 is weergegeven, het in die overwegingen vermelde verweer van de raadsman verworpen op gronden welke deze verwerping kunnen dragen, terwijl in cassatie niet ten toets kan komen of het Hof terecht tot het — feitelijke — oordeel is gekomen, dat niet aannemelijk is geworden, dat te dezen sprake is geweest van een zodanig ernstige geestelijke afwijking dat de verdachte dientengevolge tijdens het begaan van het bewezene van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan verstoken was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d, en de alinea staat in dat document op bytes 24437 tot 25232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d | shasum -a 256