Citaat | Hoge Raad 9 juni 1981
Alinea 87 Hoge Raad 9 juni 1981
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC0902.
Voor zover het middel betoogt, dat het bewezene slechts dan aan de verdachte zou kunnen worden toegerekend, indien hij zou hebben "geweten of begrepen", dat hij na het gebruik van cocaïne en/of heroïne in een toestand kon geraken waarin hij de draagwijdte van zijn handelen niet meer zou kunnen overzien, stelt het een eis welke steun vindt in het recht. Met juistheid heeft het Hof te dezen beslissend geoordeeld, of de verdachte "verwijtbaar" is komen te verkeren in een toestand van ziekelijke storing van zijn geestvermogens, terwijl het — anders dan het middel betoogt — tot een bevestigende beantwoording van laatstbedoelde vraag is kunnen komen op grond van de in zijn overwegingen onder (1), (2) en (3) vermelde, in onderlinge samenhang beschouwde omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d, en de alinea staat in dat document op bytes 25740 tot 26530.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ee8d609989ac9b6b058768f59f6cb19aacbcf57926bb8985659e2348a4eb58d | shasum -a 256