Citaat | Hoge Raad 13 januari 1981

Alinea 33 Hoge Raad 13 januari 1981

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2810.

Ten aanzien van de verkeersdeelnemers in de [a-straat] overweegt de kantonrechter slechts (pag. 7 vonnis kantonrechter) dat zij er in elk geval op verdacht moeten zijn, dat er sprake is van een uitmonding die een uitrit is. Dit is onvoldoende. De uitmonding moet zich voor alle verkeersdeelnemers onmiskenbaar voordoen als een uitrit en als dat niet zo is, kan de uitmonding (of aansluiting) niet als een uitrit worden beschouwd, hoezeer die uitmonding ook op dezelfde wijze als de meeste uitritten geconstrueerd moge zijn. Uit het bovenbetoogde volgt dat de rechtbank een onjuiste opvatting heeft van het begrip "uitrit" althans dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de aansluiting in kwestie een uitrit in de zin der wet is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5290e409a3030bcded0fe3cf336ccba1e742119aa6b62fd181bcebbd2c76fb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5290e409a3030bcded0fe3cf336ccba1e742119aa6b62fd181bcebbd2c76fb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 11514 tot 12272.