Citaat | Hoge Raad 29 september 1981

Alinea 37 Hoge Raad 29 september 1981

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7336.

Zodra dan ook gekonstateerd wordt dat de geestelijke toestand van een verdachte niet toelaat dat deze bewijsscheppende handelingen, welke in casu op één lijn met het afleggen van een verklaring gesteld mogen worden, verricht, dient te worden aangenomen dat verdachte tevens niet in staat moet worden geacht een verklaring als bedoeld in art. 29 1 Sv. af te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c185da0b757f483052ebde89a15b46681ff7139243deee93784a5f049e0533d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c185da0b757f483052ebde89a15b46681ff7139243deee93784a5f049e0533d, en de alinea staat in dat document op bytes 11720 tot 12099.