Citaat | Hoge Raad 29 september 1981

Onder 6.2.1. Hoge Raad 29 september 1981

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7336.

"Op die plaats en dat tijdstip zagen wij, verbalisanten, de ons bekende [verdachte] lopen in de " [a-straat] , alhier. Wij zagen dat hij een plastic tas in zijn handen droeg. Wij begaven ons naar [verdachte] . Op onze vraag wat zich in de plastic tas bevond, antwoordde hij dat hij vier boeken bij zich droeg. Wij, verbalisanten, vroegen hem waar hij die boeken gekocht had. [verdachte] antwoordde ons dat hij de vier boeken, die hij bij zich droeg, even tevoren bij twee boekwinkels had gestolen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c185da0b757f483052ebde89a15b46681ff7139243deee93784a5f049e0533d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c185da0b757f483052ebde89a15b46681ff7139243deee93784a5f049e0533d, en de alinea staat in dat document op bytes 18788 tot 19298.