Citaat | Hoge Raad 17 november 1981

Alinea 13 Hoge Raad 17 november 1981

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7387.

Met betrekking tot het sub 2 bewezenverklaarde verklaart slechts één van de twee mededaders dat de weggenomen goederen hem niet in eigendom toebehoorden. Een aangifte waaruit de eigendom blijkt, althans waaruit zou kunnen blijken dat een ander dan rekwirant en/of mededader [medeverdachte 1] rechthebbende van de goederen was ontbreekt in de bewijsmiddelen. De verklaring van rekwirant en mededader dat zij geen toestemming hebben gehad het feit te plegen is irrelevant voor het bewijs van de objectieve wederrechtelijkheid. Hetzelfde geldt voor het sub 3 bewezenverklaarde. Het ontbreken van vorengenoemd bewijsmateriaal is ten deze fataal, omdat het Hof in de bewezenverklaring geen keuze heeft gemaakt tussen de alternatieven betreffende de vraag of de weggenomen goederen aan andere dan rekwirant en/of zijn mededader(s) toebehoorden. Rekwirants medeplegen van diefstal van goederen welke niet aan zijn mededader(s) toebehoorden kan immers pas dan wederrechtelijk zijn indien uit de bewijsmiddelen blijkt, dat zij evenmin aan rekwirant toebehoorden. In zoverre zijn de bewijsmiddelen niet redengevend voor beide alternatieven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28ef6d8a12dd43f9460e51aac83671d487706f26ff8b054e83e147b68561b3b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28ef6d8a12dd43f9460e51aac83671d487706f26ff8b054e83e147b68561b3b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7450 tot 8619.