Citaat | Hoge Raad 17 november 1981
Alinea 61 Hoge Raad 17 november 1981
Een alinea uit Hoge Raad 17 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7387.
Vervolgens heb ik [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gebeld en bij mij laten komen. Ik heb hen toen gezegd dat ik in het Waalhavengebied te Rotterdam een oplegger met container had zien staan en hen gezegd die die avond met de Daf-trekker te gaan wegnemen. Ik duidde hen de plaats van die container aan. Ik gaf de ingevulde vrachtbrief aan één van hen opdat deze bij het wegnemen van de oplegger met container ingeval van controle door de politie kon worden getoond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28ef6d8a12dd43f9460e51aac83671d487706f26ff8b054e83e147b68561b3b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28ef6d8a12dd43f9460e51aac83671d487706f26ff8b054e83e147b68561b3b5, en de alinea staat in dat document op bytes 23164 tot 23649.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28ef6d8a12dd43f9460e51aac83671d487706f26ff8b054e83e147b68561b3b5 | shasum -a 256