Citaat | Hoge Raad 24 november 1981

Alinea 29 Hoge Raad 24 november 1981

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7408.

Hieraan kan niet worden tegengeworpen dat pg. 3 van genoemd proces-verbaal vermeldt dat de getuigen, ieder afzonderlijk opgeroepen, op de bij de Wet voorgeschreven wijze in handen van de Voorzitter de eed afleggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen — het woord belofte is daar in het proces-verbaal doorgehaald — zodat moet worden aangenomen dat hetgeen omtrent de inhoud van de eed is vermeld geen betrekking heeft c.q. kan hebben op de belofte van de getuige [getuige 2] . Het proces-verbaal is in dit verband op meerdere punten duister omdat het vermeldt dat de getuigen de eed hebben afgelegd, terwijl uit genoemd proces-verbaal blijkt dat slechts één getuige, te weten [getuige 3] , de eed heeft afgelegd, getuige [getuige 4] de eed weigerde af te leggen en getuige [getuige 2] de belofte heeft afgelegd. Het kan natuurlijk zijn dat er nog meer getuigen aanwezig waren, maar dat blijkt weer niet uit voormeld proces-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaebf28250b4a55b8618d95cfb55e421ecc87457ad311c15efffbeba276a900f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaebf28250b4a55b8618d95cfb55e421ecc87457ad311c15efffbeba276a900f, en de alinea staat in dat document op bytes 15961 tot 16928.