Citaat | Hoge Raad 30 januari 1981

Alinea 42 Hoge Raad 30 januari 1981

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4142.

Blijkens de geschiedenis van de Wet van 28 januari 1971, Stb. 44, kwam deze bepaling in het oorspronkelijke ontwerp niet voor. Naar aanleiding van een vraag in het voorlopig verslag heeft de minister zich erover uitgelaten of “ingeval van verpachting van een bedrijf het ontwerp toepassing vindt”, zulks op de wijze als in de conclusie van de Advocaat-Generaal vermeld. In een later stadium is de onderhavige bepaling bij amendement in de wet opgenomen. Blijkens de toelichting van de eerste ondertekenaar, W. Scholten, is het amendement ingediend als reactie op vorenbedoelde uiteenzetting van de Minister en uit “vrees, dat zonder een uitdrukkelijke regeling het gevaar zal ontstaan, dat in de praktijk van het maatschappelijke leven getracht zal worden door het aangaan van gemengde overeenkomsten, aan de werkingssfeer van deze wet te ontkomen”. De Minister had tegen de opneming van het amendement in de wet geen bezwaar en nam het zonder meer over. Voor een en ander verwijst de Hoge Raad naar de weergave van de geschiedenis in de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cafedb8a79459638f489ae88efccf14fa498c985fbb7e3f61c04e4ef20941a92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cafedb8a79459638f489ae88efccf14fa498c985fbb7e3f61c04e4ef20941a92, en de alinea staat in dat document op bytes 14649 tot 15743.