Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981

Alinea 102 Hoge Raad 13 maart 1981

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.

Bovendien is deze beslissing onjuist, omdat voor berusting in de zin van artikel 334 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist is dat ondubbelzinnig blijkt van de wil om zich bij de gegeven beslissing neer te leggen, waarvan geen sprake is indien de gelanceerde grief juist ook tegen de door het Hof in rechtsoverweging 10 aangeduide overweging is gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e, en de alinea staat in dat document op bytes 34508 tot 34891.