Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981

Alinea 115 Hoge Raad 13 maart 1981

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.

B) Mocht de overweging niettemin inzichtelijk zijn en mocht het Hof bedoeld hebben de motivering van de Rechtbank (in de rechtsoverwegingen 19/20 van het vonnis a quo) tot de zijne te maken, dan wordt aangevoerd dat het Hof aldus heeft voorbijgezien dat de zevende grief juist tegen die rechtsoverwegingen 19/20 van het vonnis a quo was gericht. De Rechtbank had beslist dat de stelling van de verkopers met betrekking tot verkoop en/of voortgezet gebruik van de machine door Haviltex op een gissing berustte en niet serieus te nemen was. In verband daarmee hebben de verkopers in de zevende grief aangevoerd dat de geïncrimineerde handelwijze van Haviltex geenszins slechts op een gissing berustte en zij hebben een beroep gedaan op het gestelde in de memorie van grieven sub 8 tot en met 12, waar met name het voortgezet gebruik van de machine door Haviltex of met Haviltex gelieerde bedrijven onder overlegging van produkties is geadstrueerd. De juistheid van deze stellingen en het daarbij geproduceerde bewijsmateriaal heeft het Hof in rechtsoverweging 15 (en ook overigens) in het midden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e, en de alinea staat in dat document op bytes 40369 tot 41485.