Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981
Alinea 133 Hoge Raad 13 maart 1981
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.
2. Tegen deze overwegingen keren zich subonderdelen I-A en gedeeltelijk subonderdelen V-B en C. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Een en ander brengt mee dat het Hof bij het bepalen van zijn oordeel dat de in zijn zesde rechtsoverweging bedoelde bepaling van het contract geen leemte laat in de regeling van de rechtsverhouding van partijen, een onjuiste maatstaf heeft aangelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e, en de alinea staat in dat document op bytes 49886 tot 50910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e | shasum -a 256