Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981

Alinea 138 Hoge Raad 13 maart 1981

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.

7. De klacht van onderdeel IV onder A is te vaag geformuleerd om tot cassatie te kunnen leiden. De overige klachten van dit onderdeel miskennen dat het oordeel van de Rechtbank in haar twintigste rechtsoverweging, zoals het Hof deze overweging begrijpt, - te weten dat "deze door Haviltex betwiste stelling" slechts op een gissing van [eisers] berust - alleen maar betrekking heeft op de stelling van [eisers] dat Haviltex de machine zou hebben verkocht. Aangezien de tweede appelgrief inhield dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [eisers] slechts zouden hebben gegist naar het voortgezet gebruik van de machine of de verhuur aan anderen, heeft het Hof begrijpelijkerwijs geoordeeld dat deze grief berustte op een verkeerde lezing van het vonnis van de Rechtbank. Ook onderdeel IV faalt derhalve. In hoever het door [eisers] gestelde voortgezette gebruik nog van belang is, zal afhangen van de uitleg die de rechter na verwijzing aan de door partijen gesloten overeenkomst zal geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e, en de alinea staat in dat document op bytes 52664 tot 53674.