Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981
Alinea 86 Hoge Raad 13 maart 1981
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.
"26) dat, mede gezien het vorenoverwogene, de Rechtbank niet behoefde toe te komen aan de vaststelling, door middel van een bewijsopdracht aan [eisers] , van mogelijke tussen partijen in geschil zijnde, doch voor de te geven beslissing niet relevante, feiten en omstandigheden, terwijl daarnevens de Rechter geenszins verplicht is een comparitie van partijen te gelasten doch de wenselijkheid van een dergelijke comparitie geheel aan het oordeel van de rechter is overgelaten;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e, en de alinea staat in dat document op bytes 27597 tot 28086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/692dfd78f299025ec74be506f951e4ad3aff444087a887952bb01a199d5c890e | shasum -a 256