Citaat | Hoge Raad 13 maart 1981
Alinea 63 Hoge Raad 13 maart 1981
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4161.
Middel III richt zich tegen 's Hofs oordeel dat, al zou komen vast te staan dat [verweerster] de in rechtsoverweging 2 vermelde mededelingen aan [eiser] heeft gedaan, zulks een beroep op dwaling niet rechtvaardigt. Het Hof heeft daartoe in aanmerking genomen, niet alleen dat — kort gezegd — [verweerster] van [eiser] mocht verwachten dat hij zichzelf zou vergewissen omtrent de in rechtsoverweging 5 vermelde punten, maar ook dat de gang van zaken op de betreffende dag aldus is geweest dat: [verweerster] éérst aan [eiser] het onderhavige object als te koop heeft getipt, [eiser] daarna dit object in rechtstreekse onderhandelingen met de verkoper van deze heeft gekocht, en [eiser] toen — dat wil zeggen: na die verkoop — aan [verweerster] voor de tip het ten processe bedoelde tipgeld heeft toegezegd. Door op grond van een en ander, in onderling verband bezien, te oordelen dat de beweerdelijk door [verweerster] in het eerste stadium gedane mededelingen aan de rechtsgeldigheid van de na de totstandkoming van de desbetreffende transactie gedane toezegging van tipgeld niet in de weg staan, heeft het Hof — anders dan middel III betoogt — niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. 's Hofs oordeel is naar behoren gemotiveerd. Ook middel III faalt dus;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a24fe41cc7895991a404fcb99c3c0cc57a22eafd20b9a55694f751fbe094004. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a24fe41cc7895991a404fcb99c3c0cc57a22eafd20b9a55694f751fbe094004, en de alinea staat in dat document op bytes 22880 tot 24176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a24fe41cc7895991a404fcb99c3c0cc57a22eafd20b9a55694f751fbe094004 | shasum -a 256