Citaat | Hoge Raad 27 november 1981

Alinea 134 Hoge Raad 27 november 1981

Een alinea uit Hoge Raad 27 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4271.

6. Onder b komt het onderdeel met een motiveringsklacht op tegen de verwerping door het Hof (in rechtsoverweging 17 van zijn eindarrest) van ’s mans appelgrief B III, daarop neerkomende dat de Rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met een auto en een caravan van de vrouw. Het Hof heeft deze verwerping kennelijk doen steunen op de omstandigheid dat het proces-verbaal van zwarigheden omtrent deze goederen geen zwarigheid behelst. Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat het Hof overweegt dat ook de Rechtbank niet van deze goederen rept, noch dat het Hof zich heeft verenigd met de door de deskundigen aan de inboedel toegekende waarde van f 7.000,--, nu het Hof in de aide-mémoire van die deskundigen kennelijk niet heeft gelezen een bevestigend antwoord op de vraag of de caravan in dat bedrag van f 7.000,-- was begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9f2b2e80f571ec1f9f4e7eb172f4092b63615904258cd06830290926b6feda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9f2b2e80f571ec1f9f4e7eb172f4092b63615904258cd06830290926b6feda, en de alinea staat in dat document op bytes 44800 tot 45688.