Citaat | Hoge Raad 27 november 1981
Alinea 150 Hoge Raad 27 november 1981
Een alinea uit Hoge Raad 27 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4271.
14. Het bovenoverwogen brengt mee dat het middel terecht betoogt dat het Hof in rechtsoverweging 21 van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Dit betekent dat in zoverre thans wordt teruggekomen op het oordeel op het onderhavige punt uitgesproken in H.R. 7 oktober 1959, B.N.B. 1959, 355. Aangenomen moet worden dat sindsdien vele huwelijksgemeenschappen zijn verdeeld zonder dat met pensioenrechten als de onderhavige rekening is gehouden, hetgeen in beginsel aanleiding zou kunnen zijn tot een vordering als bedoeld in artikel 1158, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. De eisen van redelijkheid en billijkheid zullen echter in verband met het belang van de rechtszekerheid in de regel meebrengen dat in deze gevallen een zodanige vordering — die de wederpartij niet meer behoefde te verwachten — thans niet meer geldend gemaakt kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9f2b2e80f571ec1f9f4e7eb172f4092b63615904258cd06830290926b6feda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9f2b2e80f571ec1f9f4e7eb172f4092b63615904258cd06830290926b6feda, en de alinea staat in dat document op bytes 58542 tot 59411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc9f2b2e80f571ec1f9f4e7eb172f4092b63615904258cd06830290926b6feda | shasum -a 256