Citaat | Hoge Raad 11 december 1981

Alinea 22 Hoge Raad 11 december 1981

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4294.

6) dat naar het oordeel van de Rechtbank uit die brieven van 26 januari 1979, respectievelijk: van 9 juni 1980, deze brieven in onderling verband gezien, volgt dat, toen [verzoekster] in augustus of September 1979 bij haar moeder ging inwonen, aan die moeder en, naar behoort te worden aangenomen, ook aan [verzoekster] bekend moet zijn geweest en mitsdien bekend was, dat binnen afzienbare tijd aan de moeder een aan haar invaliditeit aangepaste woning zou worden toegewezen, in welke woning, als zijnde een bejaardenwoning, niet mede woonruimte zou zijn voor [verzoekster] , haar vriend en hun beider kind;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc5ef8fece2cda2526ec1a053e793344383b0c5efa892db59d0634493e3a2b8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc5ef8fece2cda2526ec1a053e793344383b0c5efa892db59d0634493e3a2b8c, en de alinea staat in dat document op bytes 11048 tot 11670.