Citaat | Hoge Raad 11 december 1981

Alinea 38 Hoge Raad 11 december 1981

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4294.

De Rechtbank heeft haar oordeel dat [verzoekster] ten tijde van het overlijden van haar moeder met deze geen duurzame gemeenschappelijke huishouding had in de zin van artikel 1623i, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gebaseerd op de vaststelling dat, toen [verzoekster] in augustus of september 1979 bij haar moeder ging inwonen, het aan hen beiden bekend was dat binnen afzienbare tijd aan de moeder een aan haar invaliditeit aangepaste woning zou worden toegewezen, in welke woning niet mede woonruimte zou zijn voor [verzoekster] , haar vriend en hun beider kind. De Rechtbank heeft hieruit afgeleid dat toen [verzoekster] bij haar moeder ging inwonen "dit niet gericht was op een duurzame samenwoning".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc5ef8fece2cda2526ec1a053e793344383b0c5efa892db59d0634493e3a2b8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc5ef8fece2cda2526ec1a053e793344383b0c5efa892db59d0634493e3a2b8c, en de alinea staat in dat document op bytes 20675 tot 21400.