Citaat | Hoge Raad 25 maart 1981

Alinea 19 Hoge Raad 25 maart 1981

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9600.

Ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wet is de notaris hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting, welke volgens de inhoud van de akte is verschuldigd, hetgeen betekent dat hij onder omstandigheden tot betaling van de belasting kan worden aangesproken, waartegen civiele rechtsmiddelen openstaan. De verkrijger van het onroerend goed is echter de belasting verschuldigd. Schuld en aansprakelijkheid dienen hier te worden onderscheiden; dat de rechtsgevolgen verschillend zijn, moge blijken uit het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 1980, B.N.B. 1980/88. Niet ieder die belanghebbende is bij de voldoening van belasting, kan tegen de heffing daarvan bezwaar en beroep instellen. Ingevolge artikel 24 van de Algemene wet kan hij, die bezwaar heeft tegen het bedrag dat als belasting door hem op aangifte is voldaan, een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur. De notaris die het bedrag aan overdrachtsbelasting, dat ingevolge de inhoud van de akte is verschuldigd, van zijn rekening-courant bij de ontvanger laat afboeken, is naar het oordeel van de Staatssecretaris niet aan te merken als degene die in de zin van voormeld artikel 24 de belasting voldoet. Hij draagt slechts de belasting af, die door zijn client, de verkrijger, is verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/919e2bd7bfe2d6344af7ec474a00401a8c2db37778a1e511511bf61dcb5b0f5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 919e2bd7bfe2d6344af7ec474a00401a8c2db37778a1e511511bf61dcb5b0f5e, en de alinea staat in dat document op bytes 10154 tot 11423.