Citaat | Hoge Raad 17 juni 1981
Alinea 47 Hoge Raad 17 juni 1981
Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9646.
( c) Omdat 's Hofs oordeel dat uit de door het Hof weergegeven bepalingen van de Verordening blijkt dat de heffing van toeristenbelasting in de gemeente [Q] geschiedt onafhankelijk van de mate van verblijf in …. tweede woningen, doch in feite wordt gebaseerd op de zakelijke gerechtigdheid tot een dergelijke woning berust op een onjuiste lezing van die bepalingen, althans dat oordeel wegens onverstaanbaarheid en/of innerlijke tegenstrijdigheid niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed, nu immers het door artikel 5, lid 3, van de Verordening, zoals dit lid door het Hof is aangehaald, onder meer uitdrukkelijk bepaalt dat een gebouw slechts dan als een tweede woning in de zin van de Verordening wordt aangemerkt wanneer het geschikt is voor bewoning en de eigenaar in dat gebouw verblijf (maar niet zijn hoofdverblijf) houdt;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befec0d80314b6cf95c49853e29d5344d12a22d6a16513a5202ce01f88a4bc90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befec0d80314b6cf95c49853e29d5344d12a22d6a16513a5202ce01f88a4bc90, en de alinea staat in dat document op bytes 12850 tot 13704.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/befec0d80314b6cf95c49853e29d5344d12a22d6a16513a5202ce01f88a4bc90 | shasum -a 256