Citaat | Hoge Raad 22 juli 1981
Alinea 34 Hoge Raad 22 juli 1981
Een alinea uit Hoge Raad 22 juli 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9782.
Voor wat betreft de subsidiair opgeworpen stelling van belanghebbende dat de handelwijze van de fiscus om, anders dan in de jaren voor 1975, thans in vele van de gevallen waarin een belastingplichtige bij koppelbazen heeft gewerkt, geen rekening te houden met bedragen die voor de inkomstenbelasting zijn aangegeven als ingehouden aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, leidt tot rechtsongelijkheid en aantasting van de rechtszekerheid, moge dienen dat iedere aanslag op zich zelf moet worden beoordeeld en dat niet valt in te zien dat belanghebbende aan de omstandigheid dat in het verleden in gevallen als het onderhavige wellicht minder frequent dan thans geweigerd is rekening te houden met hetgeen werd aangegeven als ingehouden loonbelasting en premies volksverzekeringen, het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat in latere jaren in zijn geval met de gestelde inhoudingen wel rekening zou worden gehouden, terwijl ook niet valt in te zien dat de door belanghebbende genoemde omstandigheid tot rechtsongelijkheid moet leiden en het ligt, anders dan belanghebbende poneert, niet op de weg van de fiscus een belastingplichtige voor de consequenties van zijn daden te waarschuwen;”;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036, en de alinea staat in dat document op bytes 16067 tot 17277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036 | shasum -a 256