Citaat | Hoge Raad 22 juli 1981
Alinea 46 Hoge Raad 22 juli 1981
Een alinea uit Hoge Raad 22 juli 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9782.
dat immers indien een belastingplichtige er aanspraak op maakt dat met de door hem over enig jaar verschuldigde inkomstenbelasting een zeker bedrag aan geheven loonbelasting wordt verrekend dan wel dat het door hem voor de heffing van inkomstenbelasting aangegeven onzuivere inkomen wordt verminderd met een zeker bedrag aan premies volksverzekeringen, welke op zijn inkomsten uit arbeid zijn ingehouden, een redelijke verdeling van de bewijslast meebrengt, dat die belastingplichtige aannemelijk maakt dat en tot welke bedragen die inhoudingen zijn geschied, en er geen termen zijn voor het onderhavige geval anders te oordelen, omdat niet aannemelijk is dat het in de omstandigheden van een geval als het onderhavige voor de Inspecteur minder bezwaarlijk is te bewijzen dat die inhoudingen niet zijn geschied dan het voor belanghebbende is te bewijzen dat zulks wel het geval is geweest;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036, en de alinea staat in dat document op bytes 20673 tot 21575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efc9d39f2acf2b2a3672ae1ec0b9d8501966e61c000431154349a4299d207036 | shasum -a 256