Citaat | Hoge Raad 16 september 1981
Alinea 28 Hoge Raad 16 september 1981
Een alinea uit Hoge Raad 16 september 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9807.
Aan de wetsgeschiedenis komt, naar mijn oordeel en anders dan de Inspecteur meent, in dit geval geen interpretatieve betekenis toe. Overigens kan ik ook uit die wetsgeschiedenis, neergeschreven in de parlementaire stukken, niet destilleren dat de door mijn vrouw voor mij verrichte zakelijke arbeid welke in het maatschappelijke verkeer pleegt te worden betaald, niet onder de aangehaalde wetsbepaling zou vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc017e2583cd9c67f20e5f678b6b7d0bb991a21f06ea993b147881b8b12d2704. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc017e2583cd9c67f20e5f678b6b7d0bb991a21f06ea993b147881b8b12d2704, en de alinea staat in dat document op bytes 10887 tot 11313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc017e2583cd9c67f20e5f678b6b7d0bb991a21f06ea993b147881b8b12d2704 | shasum -a 256