Citaat | Hoge Raad 24 juni 1983

Alinea 39 Hoge Raad 24 juni 1983

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221.

3.2 Het tweede middel heeft betrekking op de vraag of [eiseres] in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die haar jegens [verweerder] betaamde, door op 20 augustus 1981 aan een journalist van het dagblad ‘’De Gelderlander’’ een afschrift van de brief met bijlagen ter hand te stellen, welke stukken zij op diezelfde datum bij de gemeente Nijmegen heeft ingediend ter behandeling op 25 augustus 1981 in de raadscommissie Maatschappelijk Welzijn van die gemeente, van welke commissie zij deel uitmaakte, en door deze stukken tevens aan het nieuwsblad van de socialistische partij ‘’de Tribune’’ ter hand te stellen. Volgens 's Hofs vaststelling heeft [eiseres] in deze stukken — zij het in vragende vorm — gesuggereerd dat [verweerder] als bestuurder van kinderbeschermingsinstellingen die met overheidssubsidie werken, door duistere onroerendgoedtransacties die met kinderbescherming niets te maken hebben, zich ten koste van gemeenschapsgelden persoonlijk verrijkt, door welke suggestie de financiële integriteit van [verweerder] bij het door de bladen bestreken publiek verdacht wordt gemaakt. Een dergelijke verdachtmaking is, aldus het Hof, in strijd met de jegens [verweerder] in het maatschappelijke verkeer betamende zorgvuldigheid. Hierbij laat het Hof buiten beschouwing de vraag of de in de uitlatingen van [eiseres] vervatte suggestie betreffende de financiële integriteit van [verweerder] met de waarheid overeenkwam. Ook verwijt het Hof aan [eiseres] niet dat zij de betreffende suggestie in onnodig grievende termen zou hebben vervat, noch dat zij (mede) uit eigen belang of uit persoonlijke animositeit jegens [verweerder] zou hebben gehandeld. Blijkens de wijze waarop het Hof het beroep van [eiseres] op het algemeen belang heeft verworpen, heeft het voorts aangenomen dat [eiseres] met het ter hand stellen van de stukken aan de pers de bedoeling had om ‘’klaarheid inzake de bewuste transacties te bereiken’’. Anderzijds is het Hof er blijkens de formulering van de aan [eiseres] bevolen rectificatie van uitgegaan dat de door haar opgespoorde feiten haar geen zekerheid gaven en konden geven omtrent de juistheid van haar in de stukken geformuleerde verdenkingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f254c68c2cc6ad96fca78455ba4b3b2ddeef3e43262614bd1e6aaf09ffdc6f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f254c68c2cc6ad96fca78455ba4b3b2ddeef3e43262614bd1e6aaf09ffdc6f22, en de alinea staat in dat document op bytes 9734 tot 11967.