Citaat | Hoge Raad 24 juni 1983

Alinea 51 Hoge Raad 24 juni 1983

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221.

Wat de klacht aan het eind van het middel betreft, kan bovendien — in het licht van de stellingen van [eiseres] — inderdaad aan het Hof worden verweten dat het ten onrechte in het midden heeft gelaten, of [eiseres] redelijkerwijs mocht aannemen dat de aan haar verweten publiciteit via de pers de kans op spoedig succes van haar actie zou vergroten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f254c68c2cc6ad96fca78455ba4b3b2ddeef3e43262614bd1e6aaf09ffdc6f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f254c68c2cc6ad96fca78455ba4b3b2ddeef3e43262614bd1e6aaf09ffdc6f22, en de alinea staat in dat document op bytes 15864 tot 16231.