Citaat | Hoge Raad 14 januari 1983

Alinea 36 Hoge Raad 14 januari 1983

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4521.

3.3 De Hoge Raad begrijpt de gedachtengang van het Hof aldus dat de Curator alléén een vordering tegen Gatzen ter zake van de beweerdelijk door haar vóór de faillietverklaring jegens de schuldeisers van Van Rooy gepleegde onrechtmatige daad zou kunnen geldend maken, als dit een op het moment van de faillietverklaring tot het vermogen van Van Rooy behorende vordering was en dus een vordering van Van Rooy op Gatzen . In dat geval, aldus het Hof, zou er geen bezwaar tegen compensatie met de vordering van Gatzen op Van Rooy bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/588dbb8100ad0f78d57a3ed8f8fe0ed33e78d258dc50fcc3a9c21bffe3f21136. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 588dbb8100ad0f78d57a3ed8f8fe0ed33e78d258dc50fcc3a9c21bffe3f21136, en de alinea staat in dat document op bytes 10408 tot 10960.