Citaat | Hoge Raad 29 juni 1983
Alinea 129 Hoge Raad 29 juni 1983
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW9439.
In het arrest van 6 september 1978 werd overwogen dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat een vergoeding voor immateriële schade wegens de onrechtmatige aantasting van de persoon van de werknemer en van diens geestelijke gezondheid, indien de oorzaak daarvan is gelegen in het niet naleven door de werkgever van diens op de wet of op de overeenkomst berustende verplichtingen uit hoofde van de dienstbetrekking, tot de inkomsten uit dienstbetrekking moet worden gerekend. Naar belanghebbendes mening heeft de Hoge Raad met deze omschrijving een afbakening willen maken voor vergoedingen die wel en die welke niet belastbaar zijn op grond van de bron dienstbetrekking door als criterium aan te leggen de omstandigheid dat de schade uitsluitend bij de uitoefening van de dienstbetrekking kan ontstaan. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f9d9feb771b8d981140a1797784b524916a777d691c7ed286b530c7e01aa32b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f9d9feb771b8d981140a1797784b524916a777d691c7ed286b530c7e01aa32b, en de alinea staat in dat document op bytes 38818 tot 39681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f9d9feb771b8d981140a1797784b524916a777d691c7ed286b530c7e01aa32b | shasum -a 256