Citaat | Hoge Raad 1 juli 1985

Alinea 136 Hoge Raad 1 juli 1985

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 1985, ECLI:NL:HR:1985:AB7675.

Ik ben eigenaar van café [café] , gevestigd te Delft, [a-straat] . Voorzover ik mij kan herinneren was het op 5 april 1983 dat mijn vrouw mij vertelde dat de mij bekende [slachtoffer 1] en een Turk, genaamd [verdachte] , op één van de Paasdagen van 1983 in de avonduren in mijn café ruzie met elkaar zouden hebben gehad. Mijn vrouw stond toen alleen in het café. [slachtoffer 1] zou tegen die Turk hebben gezegd dat hij een opvreter was en dat hij naar zijn eigen land terug moest gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d75ddd36815897f311870304ae261c32c194e765de3f8d0bee8873c906ff24aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d75ddd36815897f311870304ae261c32c194e765de3f8d0bee8873c906ff24aa, en de alinea staat in dat document op bytes 50130 tot 50636.