Citaat | Hoge Raad 1 juli 1985
Alinea 239 Hoge Raad 1 juli 1985
Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 1985, ECLI:NL:HR:1985:AB7675.
10.1. In de in het middel aangehaalde overweging hebben Rechtbank en Hof kennelijk niet tot uitdrukking willen brengen dat op de verdachte de bewijslast rust dat hij ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten geheel ontoerekeningsvatbaar was. Het woord ''blijken'' is in die overweging kennelijk telkens gebezigd in de zin van hoe dan ook ''aannemelijk worden''.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d75ddd36815897f311870304ae261c32c194e765de3f8d0bee8873c906ff24aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d75ddd36815897f311870304ae261c32c194e765de3f8d0bee8873c906ff24aa, en de alinea staat in dat document op bytes 67675 tot 68065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d75ddd36815897f311870304ae261c32c194e765de3f8d0bee8873c906ff24aa | shasum -a 256