Citaat | Hoge Raad 2 april 1985
Alinea 34 Hoge Raad 2 april 1985
Een alinea uit Hoge Raad 2 april 1985, ECLI:NL:HR:1985:AB7967.
De beide vrouwelijke verdachten werden in het passantenverblijf geplaatst. Ik, verbalisant [verbalisant 2], vroeg één van de beide vrouwelijke verdachten naar haar naam. Zij gaf mij op te zijn: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fba34f350210ef2e1c8c2a4812554f36ce4aa99815d457cc288f8835e886e31c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fba34f350210ef2e1c8c2a4812554f36ce4aa99815d457cc288f8835e886e31c, en de alinea staat in dat document op bytes 14646 tot 14921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fba34f350210ef2e1c8c2a4812554f36ce4aa99815d457cc288f8835e886e31c | shasum -a 256